Door op 27 september 2013

Stationsplein: budgetrecht gemeenteraad aangetast

Hoe is het mogelijk dat het college van B&W de afgelopen jaren 2,6 miljoen euro meer heeft uitgegeven aan het project Stationsplein dan door de gemeenteraad beschikbaar gesteld, zonder dat de raad daarvan op de hoogte was of toestemming voor had gegeven? Die vraag stond donderdag 26 september centraal tijdens een pittig debat in de raad.

Als raadslid moet je op twee dingen kunnen vertrouwen. Ten eerste dat het college van B&W je volledig en tijdig informeert over belangrijke zaken, zeker als je daarnaar vraagt. En ten tweede dat het college geen geld uitgeeft waar de raad geen toestemming voor heeft gegeven, omdat de raad het budgetrecht heeft, wat wil zeggen dat de raad bepaalt waar geld aan wordt uitgegeven. Helaas is het op beide punten misgegaan rond het Stationsplein.

De herinrichting van het Stationsplein is een complex en duur project. De afgelopen jaren zijn de kosten, door tegenvallers en wijzigingen van het plan, hoger geworden dan vooraf begroot. Dat komt op zich bij dit soort projecten vaker voor en gelukkig staan er ook extra inkomsten tegenover, waardoor het tekort voor de gemeente nog relatief meevalt. Kwalijker is echter dat de gemeenteraad daar lange tijd niet van op de hoogte is gebracht. Bovendien heeft het college inmiddels ruim 2,6 miljoen euro meer uitgegeven dan door de raad beschikbaar was gesteld, zonder de raad daarvoor vooraf om toestemming te vragen.

De eerst verantwoordelijke wethouder, Rob van Doorn (GroenLinks), is vlak voor de zomer afgetreden over een ander onderwerp. Daarmee ontstond de vreemde situatie dat het debat niet meer ging over de belangrijkste verantwoordelijke, maar over de rol van de rest van het college. De oppositie diende een motie van wantrouwen in tegen het voltallige college van B&W. Voor de coalitiefracties is dit een te zwaar instrument, wij vinden het onredelijk om een compleet college naar huis te sturen omdat één of twee wethouders de raad niet goed hebben geïnformeerd.

Wel heb ik samen met VVD en GroenLinks een motie van afkeuring ingediend over de slechte informatievoorziening door wethouder Ewout Cassee (D66). Bij een motie van afkeuring behoudt de raad het vertrouwen in een wethouder, maar spreekt zij wel haar afkeuring uit over zijn handelen rond een bepaald onderwerp, een duidelijk signaal. Cassee is immers nauw betrokken bij het Stationsplein, met name rond de verkoop van het pand Prinsen Bolwerk 3. Bij de behandeling van die verkoop had hij de verantwoordelijkheid moeten nemen om de raad volledig in te lichten over de financiële situatie, zeker toen hij merkte dat zijn collega Rob van Doorn dat niet deed. Dat heeft hij echter nagelaten.

Toen de motie van wantrouwen van de oppositie door de raad werd verworpen, besloot de oppositie onze motie van afkeuring ook niet te steunen. Door afwezigheid van één van de raadsleden van de VVD staakten toen de stemmen: 19 leden van de raad steunden de motie, 19 stemden tegen. In zo’n situatie wordt de motie normaal in de volgende raadsvergadering opnieuw in stemming gebracht. Als indieners zien wij daar echter vanaf, omdat wij het ongepast vinden een motie van afkeuring drie weken boven de markt te laten hangen. Ons signaal is ook zo helder genoeg: de informatievoorziening vanuit het college over grote projecten moet echt beter.