Door Jeroen Fritz op 20 maart 2015

Geen onderscheid tussen moeder en vader bij taalachterstand

Kinderen van ouders die slecht Nederlands spreken kunnen in Haarlem extra hulp krijgen om taalachterstanden te voorkomen. Maar nu blijkt dat peuters hier enkel voor in aanmerking komen wanneer de moeder anderstalig is, maar niet wanneer de vader geen Nederlands spreekt. De PvdA vindt dit niet van deze tijd. Daarom hebben we schriftelijke raadsvragen gesteld aan het College van B&W.

De PvdA vindt het belangrijk om taalachterstanden bij kinderen te voorkomen. Wij zijn dan ook blij dat peuters van ouders die geen Nederlands spreken in aanmerking kunnen komen voor vroeg- en voorschoolse educatie (VVE). Zo voorkomen we dat jonge kinderen al meteen met een achterstand aan de basisschool beginnen.

Wij hebben echter begrepen dat kinderen alleen in aanmerking komen voor een indicatie wanneer de moeder anderstalig is. Bij een gezin waarvan de moeder Nederlandstalig is en de vader anderstalig, wordt de indicatie geweigerd. Dit zou komen doordat de gemeente alleen de moeder als ‘hoofdopvoeder’ beschouwt. Volgens het consultatiebureau heeft dit te maken met per 1 januari aangescherpte regels.

Als dit inderdaad klopt, dan is dat niet van deze tijd. Samen met Artie Ramsodit heb ik daarom schriftelijke raadsvragen gesteld aan het college van B&W, waarin we vragen of dit klopt. Wanneer dat het geval is, willen we dat de regels worden aangepast, zodat geen onderscheid meer wordt gemaakt tussen moeder en vader.

Schriftelijke vragen VVE